Afkomst

Cees (Cornelis Johannes Jacobus Maria) Nooteboom wordt op 31 juli 1933 geboren als tweede kind van Hubertus Nooteboom en Johanna Pessers (die achternaam zal later herhaaldelijk in zijn fictie voorkomen). Hij heeft een oudere zus, Hanneke (1932) en een jongere broer, Huub (1940). Over zijn vroege jaren heeft Nooteboom zich duidelijk uitgelaten: ‘Anderen kunnen hun hele kindertijd, compleet met data, scholen en voorvallen oplepelen als waren ze hun eigen computer, maar dat kan ik niet. Soms vraag ik me wel eens af of ik er vroeger wel geweest ben.’ Toch keren pregnante herinneringen regelmatig in zijn werk terug: het marcheren van de invallende Duitsers en het bombardement op het vliegveld Ypenburg, dat hij vanaf het balkon van zijn ouderlijk huis samen met zijn vader gadeslaat. Die vader verlaat tijdens de oorlog het gezin en hertrouwt in 1944. Uit zijn tweede huwelijk wordt een zoon, Hugo (1944) geboren. Nootebooms vader overlijdt in het voorjaar van 1945 aan de verwondingen die hij opliep tijdens het bombardement op het Haagse Bezuidenhout. Na de oorlog verhuist zijn moeder met het gezin naar Tilburg, waar zij vandaan komt.


Scholen

Na de eerste klas van het Sint Odulphus Lyceum in Tilburg, wordt Nooteboom naar een katholieke kostschool gestuurd: het Gymnasium Immaculatae Conceptionis van de paters Franciscanen in Venray. Daar blijft hij twee jaar. Met zijn moeder verhuist hij naar Hilversum. Daar volgt hij de vierde klas van het R.K. Lyceum voor het Gooi. Door zijn stiefvader wordt hij vervolgens opnieuw naar een kloosterschool gestuurd: het Augustinianum in Eindhoven. Aan zijn verblijf op die kloosterscholen dankt Nooteboom zijn vaak beleden liefde voor het lezen en zijn studiezin, die hem ook nu nog typeert. ‘Zonder Grieks en Latijn kan ik mij mijn leven niet voorstellen, ik zou iemand anders geworden zijn.’


Debuut

Na zijn schooljaren heeft Nooteboom enkele kantoorbaantjes, onder andere bij de Rotterdamsche bank in Hilversum. In de vroege jaren vijftig maakt hij liftend zijn eerste grote reizen naar Scandinavië en de Provence. Een aantal van zijn ervaringen verwerkt hij in zijn eerste roman, Philip en de anderen, dat niet in het minst door de melancholieke toon een klassieker zal worden in de Nederlandse literatuur. In 1954 verhuist hij naar Amsterdam waar hij sindsdien woont, vanaf 1970 in een vroeg achttiende eeuws huis in de oude binnenstad. In 1956 schrijft hij voor Het Parool zijn eerste grote journalistieke reportage over het binnenvallen van de Russen in Boedapest. Voor Elseviers Weekblad schrijft hij in de daaropvolgende jaren reportages en verhalen, vaak over het Caraïbisch gebied. In 1957 trouwt hij in New York met Fanny Lichtveld met Leo Vroman als één van de getuigen. Het huwelijk wordt in 1964 ontbonden.


Journalistiek

In de Volkskrant heeft Cees Nooteboom in de jaren zestig een vaste column. Het zijn impressies, maar ook verslagen van belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen, met als hoogtepunt de arbeiders- en studentenrevolte van mei 1968 in Parijs. Nooteboom die na Philip en de anderen een aantal dichtbundels publiceerde en in 1963 de roman De ridder is gestorven, zei over het journalistieke ‘handwerk’: ‘De overdreven lyriek moest uit mijn werk. Voor schrijven is een zekere connaissance du monde nodig. Daarom ben ik gaan reizen.’ Zijn grote reisverhalen over streken en landen op alle continenten verschijnen sinds augustus 1968 vooral in het maandblad Avenue, waarin hij ook talrijke vertalingen publiceert van poëzie van internationaal vermaarde dichters. Nooteboom leeft een aantal jaren samen met de zangeres Liesbeth List, voor wie hij ook songteksten schrijft. Zijn reizen maakt hij vaak alleen, maar ook samen met de fotograaf Eddy Posthuma de Boer, of zijn levensgezellin de fotografe Simone Sassen, die hij in 1979 leert kennen.


Romans

In 1980 verschijnt de zeer succesvolle en later ook verfilmde roman Rituelen. Met dat boek, waaraan zowel in Nederland als internationaal talrijke studies zijn gewijd, begint de tweede fase in het schrijverschap van Cees Nooteboom. Hij is productiever dan ooit: in hoog tempo verschijnen gedichten, romans, novellen en bundelingen van reis/ en kunstreportages, die allengs beschouwelijker van inslag worden. In 1987 doceert Nooteboom een half jaar aan de universiteit van Berkeley (Californië), in 1989 wordt hij door het Duitse uitwisselingsprogramma DAAD voor een jaar uitgenodigd om in Berlijn te komen wonen. Daar maakt hij de val van De Muur mee, waarover hij talrijke indringende reportages schrijft, die in een groot aantal Europese dagbladen worden opgenomen. In Berlijn raakt hij bevriend met de filosoof Rüdiger Safranski, die zeer onder de indruk is van Nootebooms werk, en een aantal kunstenaars onder wie de schilder Max Neumann, die ook de omslagen zal maken voor de heruitgaven van Nootebooms werk bij De Bezige Bij.

In 1991 verschijnt de roman Het volgende verhaal als Nederlands boekenweekgeschenk. Echt furore maakt dit boek in Duitsland nadat de criticus Marcel Reich Ranicki het op de tv zeer had geprezen. Het volgende verhaal wordt een bestseller en ook Nootebooms andere boeken worden door de Duitse critici en het publiek enthousiast onthaald. ‘Dat jullie Nederlanders zo’n schrijver hebben!’ In de daaropvolgende jaren verschijnen in steeds meer landen over de hele wereld vertalingen van Nootebooms werk. Op dit moment geldt hij dan ook als een vooraanstaand Europees schrijver, zeker ook omdat hij zich in kranten, tijdschriften en op symposia filosoferend uitlaat over de Europese geschiedenis en de toekomst van het continent. Hoe belangrijk Berlijn en de Berlijnse atmosfeer voor Nooteboom was, en nog steeds is, blijkt ook uit zijn grote roman Allerzielen, die in 1998 verschijnt.


Erkenning

Vanaf zijn vroegste werk heeft Cees Nooteboom talrijke prijzen ontvangen. Sinds de publicatie van Rituelen vallen hem ook internationaal belangrijke literaire prijzen ten deel, zoals in 1993 de Europese Aristeion prijs voor Het volgende verhaal. Hij is niet alleen in Nederland koninklijk onderscheiden, maar kreeg ook hoge onderscheidingen van de Franse, Duitse, Chileense en Spaanse regering. Behalve in de Verenigde Staten brengt Nooteboom ook een studieperiode door in Australië, het land dat een deel van het decor vormt van zijn roman Paradijs verloren. Van de universiteiten van Brussel, Nijmegen en Berlijn heeft Nooteboom eredoctoraten ontvangen.


Spanje

In 2009 verschijnt bij De Bezige Bij de jubileum-editie van De omweg naar Santiago, de neerslag van vele reizen die Nooteboom in de loop van de jaren samen met zijn vrouw Simone Sassen heeft gemaakt door wat hij zijn ‘tweede vaderland’ heeft genoemd. Samen met haar maakt hij ook het monumentale Tumbas, indringende portretten bij foto’s van de graven van dichters en schrijvers. Sinds de jaren zestig brengt Cees Nooteboom de zomer en de vroege herfst door op het Balearen eiland Menorca. Romans, zoals Allerzielen, en dichtbundels zoals Zo kon het zijn zijn daar ontstaan. Bespiegelingen over zijn Menorcaanse huis en tuin en de bewoners van het eiland zijn verschenen in de bundel Rode regen. Voorjaar 2009 verschijnt bij De Bezige Bij de indrukwekkende verhalenbundel ’s Nachts komen de vossen, waarin het eiland vaak het verhaaldecor vormt.


Prijs der Nederlandse Letteren

Na de Constantijn Huygens Prijs en de P.C. Hooft Prijs, twee belangrijke oeuvreprijzen, ontvangt Cees Nooteboom op 18 november 2009 in het Koninklijk Paleis in Brussel uit handen van de Belgische vorst Albert II de Prijs der Nederlandse Letteren, de belangrijkste literaire bekroning in het Nederlandse taalgebied.


Prijzen en eredoctoraten


BELGIË

Prijs van Westtoerisme, 1983

reportage ‘Schetsen van West-Vlaanderen’, verschenen in Avenue

Dirk Martensprijs, 1994

Het volgende verhaal (roman)

Eredoctoraat Katholieke Universiteit Brussel, 1998


DUITSLAND, OOSTENRIJK

Literaturpreis zum 3. Oktober, 1991

Berlijnse notities (reportages, essays)

Hugo Ball Preis, 1993

‘zijn belang als reisschrijver, als essayist met een politiek oordeelsvermogen en als dichter staand in de traditie van de moderne poëzie’

Internationale Preis für Reiseliteratur des Landes Tirol, 1996

De omweg naar Santiago (reisverhalen, essays)

Karlsmedaille für Europäische Medien (Aken), 2001

gehele oeuvre

Hanseatische Goethe Preis, 2003

gehele oeuvre

Oostenrijkse Staatsprijs voor Europese Literatuur, 2003

gehele oeuvre

Eredoctoraat Freie Universität Berlin, 2008


EUROPESE UNIE

Aristeionprijs, 1993

Het volgende verhaal (roman)


ITALIË

Premio Grinzano Cavour, 1994

Het volgende verhaal (roman)


NEDERLAND

Anne Frankprijs, 1957

Philip en de anderen (roman)

Visser Neerlandiaprijs, 1960

Zwanen van de Theems (toneelstuk)

Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, 1960

‘Ibicenzer gedicht’

Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, 1963

De ridder is gestorven (roman)

Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, 1965

Gesloten gedichten (dichtbundel)

Prijs voor de dagbladjournalistiek, 1969

reportages over de meirevolte in Parijs 1968

Jan Campertprijs, 1978

Open als een schelp – dicht als een steen (dichtbundel)

F. Bordewijkprijs, 1981

Rituelen (roman)

Cestodaprijs, 1982

‘het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al haar genres’

Multatuliprijs, 1985

In Nederland (roman)

Constantijn Huygensprijs, 1992

gehele oeuvre

P.C. Hooftprijs, 2004

gehele oeuvre

Eredoctoraat Radboud Universiteit Nijmegen, 2006

Prijs der Nederlandse Letteren, 2009

gehele oeuvre



SPANJE

Prijs van de Fundacion Cristóbal Gabarrón, 2008

gehele oeuvre

Internationale Compostelaprijs (Santiago de Compostela), 2000

De omweg naar Santiago (reisverhalen, essays)


VERENIGDE STATEN

Pegasus Prize for Literature, 1982

Rituelen (roman)


X
Sprache / Language / Lenguaje / Taal